Nieuws

HomeRecensieZing een nieuw lied

Zing een nieuw lied

Door Wim de Bruin

Liedbundel Hemelhoog ligt al weer een paar maanden in de winkel. Als Confessionele Vereniging dragen we met een vijftigtal kerkliederen bij aan deze bundel, die verschillende tradities verenigt en een prachtige aanvulling vormt op het Nieuwe Liedboek (‘Zingen en bidden en huis en kerk’, 2013). Deze keer aandacht voor een geheel nieuw lied dat de CV-commissie voor Hemelhoog aandroeg: ‘Christus, Woord van den beginne’.

Christus, Woord van den beginne,
God bij God, Kind op de troon,
dag die van de nacht zal winnen,
Licht van boven, Mensenzoon. 

Christus, sprekend als de Vader,
Stem die mij tot zingen riep,
Weg waarover ik U nader,
Schepper, die mijn adem schiep. 

Christus, Koning, Knecht en Bode,
Hogepriester en Profeet,
God bij U, o God der goden,
Lam dat droeg het wereldleed. 

Christus, één met God, verbonden
door de Geest die Adem is,
die om ons en onze zonden
mens, de ware Adam is. 

Christus, Woord van den beginne,
God bij God, Kind op de troon,
kom vandaag mijn leven binnen,
Licht van boven, Mensenzoon.

(HEMELHOOG, lied 324)

André F. Troost dichtte de tekst naar Johannes 1. Woorden en beelden uit de rijke proloog van het vierde evangelie zijn uiteraard aanwezig: de (herhaalde) aanspraak van Christus als ‘het Woord’ dat er vanaf het begin was, aanduidingen als ‘Licht van boven’ en ‘Schepper’. Daarnaast vinden we Johanneïsche omschrijvingen van Jezus en zijn werk zoals ‘het spreken als de Vader’, de thema’s ‘Weg’ en ‘Lam’, en de eenheid met God. De dichter heeft niet geschroomd dit alles aan te vullen met andere beelden uit het Nieuwe Testament (Jezus als Profeet, Bode, Mensenzoon, de ware Adam e.a.). Het resulteert in een rijke en veelzijdige Christus-aanroeping. De climax zit in het laatste couplet, waar de tekst van het eerste vers wordt opgenomen, maar na twee regels overgaat in een gebed dat de aanroeping concretiseert: ‘kom vandaag mijn leven binnen, Licht van boven, Mensenzoon’.

Specifieke poëtische accenten vind ik in de tweede regel van het eerste couplet (herhaald in het vijfde): ‘God bij God, kind op de troon’ vormt een spannende zin, waarin ‘macht’ en ‘weerloosheid/onschuld’ van Christus zich bijna dialectisch tot elkaar verhouden. Mooi is de omschrijving in het tweede couplet van Christus als de ‘Stem’ van God. Het is een ‘Stem’ die niet enkel de wil van de Vader doet kennen (eerste regel), maar mij vanaf het begin ook ‘tot zingen riep’ (tweede regel). Opmerkelijk is het woordspel met de begrippen ‘adem’, ‘Adem’ en ‘Adam’. In het tweede couplet wordt Christus de schepper van mijn ‘adem’ genoemd. Volgens het vierde vers mag ik dit duiden in het licht van Christus’ eenheid met God en zijn verbondenheid met de Geest, die ‘Adem’ (met een hoofdletter) heet. Fraai komen menselijke en goddelijke ‘a/Adem’ vervolgens samen in Hem ‘die om ons en onze zonden mens, de ware Adam is’.

Kerkmusicus Arjan Breukhoven maakte een mooie, goed zingbare melodie, die prachtig aansluit bij de tekst. Bij de eerste en tweede regels loopt de wijs (overwegend) naar beneden. Op de helft van het vers draait dit om en wordt een stijgende melodielijn ingezet. Vooral in het eerste en vijfde vers heeft dit een sterk effect. Vanuit de ‘diepte van het begin’ verrijst in de derde regel ‘de dag die van de nacht zal winnen’ (of in vers 5 de binnenkomst van Christus in mijn leven). In de slotregel volgt de melodieuze climax met het op hogere toon gezongen ‘Licht van boven’ (met de hoogste toon van het lied op ‘bo’).

Lied 324 in de protestants-evangelische liedbundel HEMELHOOG is een voorbeeld van een Christologisch kerklied dat de samenzang in de gemeente verrijkt. Laten de woorden van dit lied, inclusief de biddende slotzinnen, maar door velen en vele malen van harte worden meegezongen!

Leave a Comment