Nieuws

HomeRecensieHemelhoog jauchzend.…?

Hemelhoog jauchzend.…?

Door Gerrit Kraa

Alwéér een nieuwe bundel! Deze keer Hemelhoog genoemd. De ondertitel: Protestants evangelische liedbundel. Op een binnenblad staan twee coupletten van psalm 108 (NBV), de zevende versregel begint met het woord Hemelhoog en zo is het gekomen.

De Confessionele Vereniging en ’t Confessioneel Gereformeerd Beraad hebben samengewerkt met het Evangelisch Werkverband dat  al eerder de Evangelische Liedbundel uitgaf waarvan 100.000 exemplaren werden verkocht. Dat de Opwekkingsbeweging ook steeds weer met aanvullende bundels komt, zal wellicht meegespeeld hebben om de Evangelische Bundel te  “verversen”. En zoals de EB een aanvulling wilde zijn bij het Liedboek van 1973, zo wil Hemelhoog het Liedboek van 2013 een handje helpen. Daarmee heeft de zingende gemeente de beschikking over 1016 + 739 = 1755 liederen.

“Is dat nou nodig,” vraagt de sikkeneurige criticus zich af. “Moet kunnen,” zegt de wat meer meegaande kerkelijke omnivoor. De ene theoloog schudt het hoofd, de andere houdt de bundel enthousiast omhoog op de kansel, (zelf gezien) kerkrentmeesters kijken wat zuinig, want wat gaat de invoering van een stapel bundels of een pakket beamer-vellen kosten? Ziet de gemeente je aankomen? Organisten vragen zich af wat er nóu weer op de lessenaar gelegd wordt. Smaken verschillen, fijnproevers zijn bang voor een eventueel André Hazes-gehalte, vertrossers willen vooral geen elitair gedoe en zo vliegen de argumenten over en weer. Intussen gaat de goegemeente zijn gang en houdt het liever bij een goedgevulde muzikale fruitmand. Ook dit stukje is een persoonlijke ontboezeming, zo subjectief als wat.

Pas geleden heb ik een orgelconcert meegemaakt van Minne Veldman, dat begon met een meeslepend voorspel van Psalm 89 met samenzang van de verzen 6 en 7. Wat zou ik graag de schepper van die melodie én die woorden  geweest zijn. Even had ik de (zeer onzalige) neiging om een in de bank liggende bundel met naar mijn smaak te zoet gevoisde liederen  de kerk in te smijten. Die oude Adam. Wat is er mooier dan de Psalmen 25, 42, 65, 85,  86, 89, 116 en wat dies meer zij? En hoor dan de gemeente zingen bij een goed orgel en een goede organist. Wie maakt ons toch gedurig wijs dat het orgel “uit” is? Terug naar Hemelhoog. We hadden vroeger in onze gemeente een preekbeurten-regelaar die drie kolommen met dominees had. De ene kolom was gevuld met Bonders, de andere met Confessionelen, en boven kolom 3 stond EWW. “Wat betekent dat,” vroeg ik. “Elk wat wils”, zei hij, “dat zijn dominees waar beide richtingen graag naar luisteren.”

Elk wat wils, daar neigt ook Hemelhoog naar. Wat weer niet wil zeggen  dat de samenstellers gemikt hebben op de grootst gemene deler, op Maria modaal of Abram Allesslikker. Er is met zorg geselecteerd, 19e – eeuwers als Beets (Ach blijf met uw genade) en Ten Kate (een vaste Burcht) staan er in, de hymns van Sankey en Wesley (Een naam is onze hope) doen ook mee, Elly en Rikkert Zuiderveld laten ook hier de fietsbel rinkelen, maar gelukkig is het mallotige “van je krr, krrr krr” geschrapt. En kijk, Wim  Hardenbol (Wij blijven geloven), van de jeugddienstjaren ’70 is er ook; (“‘k Zou zo graag als Maria” ontbreekt dan weer wel). André Troost leverde een tiental goede liederen, en Bonhoeffer en Taizé doen ook mee, mooi zo! Maar “U zal ik loven, Heer” een lied dat we in heel Frankrijk tig keer gehoord hebben, is weggelaten. “Machtig God, sterke rots” is een populaire meezinger maar ik hoorde onlangs iemand zeggen: “Als ze dat nog éen keer zingen loop ik de kerk uit.” Het heeft ook wel een beetje een echte hop, hop, hop – maat. Nummer 360 is vast lief bedoeld maar niet geschikt voor meesmuilende gelovigen: “al loop ik naar de buurvrouw aan de overkant: al loop ik voor mijn moeder naar de brievenbus ik ben  nooit in mijn eentje”… tja.

Adrian Snell is ook opgenomen (in de bundel, wel te verstaan), de zetting, die in de EB soms voor verwarring zorgde, is hier beter opgezet. Er zitten nogal wat melodieën in met 4 kruisen, voor de ene pianist/organist een fluitje van een cent, de ander fronst zorgelijk zijn wenkbrauwen. Al bladerend blijkt, dat er veel moois in zit. Ida Gerhardt, Inge Lievaart, dat zijn niet de eerste de beste rijmelaarsters.

Persoonlijk ben ik blij met de afwezigheid van “Lichtstad met uw paarlen poorten”. Dat lied wordt wel heel erg vaak gezongen, en dan liefst op een manier die doet denken aan een peloton soldaten met biergesmeerde kelen. Terwijl Johannes de Heer er nog wel “lieflijk” boven had gezet… “Daar ruist langs de wolken,” is dat nu weer niet een melodie die een zo respectabel verleden heeft dat dat lied niet weggelaten had mogen worden?

Het is duidelijk, het lijkt mij een rijk bezit, met een hooggestemd, aldus geformuleerd doel: Christus centraal en ruimte voor de Heilige Geest. Welaan, de bundel verdient een eerlijke kans. Maar dan wel graag met zorg aanpakken: geen tekstbundels, altijd de melodie erbij, en laat een koortje, een cantorij, een begenadigde voorzanger het voorwerk doen, nadat een commissie een keus heeft gemaakt die past bij deze of gene gemeente. Niets erger dan een kerk vol beminde gelovigen die maar zo’n beetje wat mee doen, op goed geluk. Want dan wordt Hemelhoog…. Zum Tode betrübt.

Leave a Comment